is toegevoegd aan uw favorieten.

Overysselsch advysboek, behelzende merkwaardige zo consultatoire als decisoire advysen en sententien, van veele voornaame rechtsgeleerden in Overyssel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A D V Y S B O E K. 439

riant te presteeren, tauxeeren en asstimeeren; zo zat men bevinden, dat deeze wyze of formule van verklaaringe, wel verre van in atroce en verregaande hoonfpraaken geappliceerd te worden, niet anders dan in de ligtfle en in twyfelachtige gevallen den Injuriant word geinjungeerd. 'Er zyn bedenkelyk drie graaden van iatisfactie te geeven in verbaale Injurien tusfchen particulieren; te weeten, herroeping, afbede en eerens verklaaringe te doen, August. Leyzer med. ad ff.fpecim. 543. med. r. Schoon het nu wel by den Rechtsgeleerden confteerd, dat men geene vaste regulen in het algemeen heeft, welke van drieën in byzondere gevallen te decreteeren zy; alzo zulks gelyk hier voor verklaard is van des Richters erkentenisfe afhangd; en hier omtrent ook by de Rechtscollegien een verfchillende voet gehouden word, gelyk by de Heer Leyzer aldaar gezien kan worden; zo word doch wel meest by de Gerichten deeze order geobferveerd, dat Eerensverklaaring te pas komt, wanneer het twyfelachtig is of de gefprokene woorden injurieus of ïmaadelyk zyn, en 'er in den fpreeker of verhaalder geen voorneemen van den anderen te willen injurieeren, blykt geweest te zyn. Afbede heeft plaats in ligtere fcheldwoorden, iemand in fchielykheid ontvallen, of in ligtere quetfinge van eer. Maar de Herroepinge of de palinodie vind alleen in zwaare zaken haar applicatie, wanneer de eer van een fatzoenlyk Man op eene hooggaande wyze gefchonden word, ad graviora fpeclat, qua famam viri honesti atrocius molmt, Dav. Mev. decif. part. 3. decif. 30. quem nominatim fequitur, Samuel Stryck. de ufu modem. ff. tit. de injur. §. 30. allegato Carpzov. prax.com. quajl. 4.0. n. 18. Recantatoria actio competit tantummodo ob injurias verbales easqite graviores, zegt Joann. Henr. Berg. mconom. juris- lib. 3. tit. 9. §. 16. 2. in injuriis vero levioribus deprecatio vel declaratio. Nu heeft de Gedaagde nochte zyn gedaan verhaal van de rencontre met de Heer Aanlegger weder in de:i hals gehaald, nochte den Heer Aanlegger gebeden, dat die hem deze gepasfeerde vertcllinge wilde vergeeven, en dus nochte

' her-