is toegevoegd aan je favorieten.

Overysselsch advysboek, behelzende merkwaardige zo consultatoire als decisoire advysen en sententien, van veele voornaame rechtsgeleerden in Overyssel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ADVYSBO-EK. 33 c

^Moeder van Coenraad Brouwer , die by hun zal inwoonen, zoals men by Replycq art. 26. pofeerd, als anders kan leeren, en men bezoekingen van Gods flaande hand, als ziekte en dergelyke toevallen, met geen meerder reden vreest, als men uit zyne Goeddoende hand, gezondheid, zegen en voorfpoed afwagt. Ten anderen, om dat, zo de pofitien by Requesteen Replycq art. 26 & Jeqq. en 163. onderaanbod, om dezelve in cas van inficiarie der Voogden te bewyzen , gemaakt: " dat Coenraad Brouwer meer midde„ len van beftaan heeft als Johanna Magtelina Meteler„ kamp, reeds 25 jaaren compleet oud is, zyns Vaders ei„ gendommelyke Huis bewoont, en aldaar met toeftem„ mingvan zyn Moeder, als geadmitteerd Timmermansbaas „ een welbeklante Winkel en daar op al vry meer te doen „ heeft, .als zyn Vader ooit gehad hadde ; dat daar en te„ gen de Pupil zo weinig goed bezit, datze haar 25 jaar niet „ kan bereikt hebhen, of haar goedjen is verteert, " waar en waaragtig zyn, zo als menze daar voor vermeind te moeten houden, om dat de Voogden by hun Bericht en Reces van den 11 May 1754, geene van die alle ontkent hebben, 'er meerder reden van vreeze is, dat Johanna Magtelina Metelerkamp tot armmoede zal vervallen, zo ze hun voorgenomen Huwelyk niet, dan al, voltrekke. Ten derden , om , dat, zo'er al genoegzaame reden van vreeze was, dat Coenraad' Brouwer en de Pupil dit Huwelyk aangaande, daar door in armmoede zouden vervallen, ja dat Coenraad Brouwer reeds arm was, deeze reden naar rechten niet fufficient zou kunnen geoordeeld worden , om het Huwelyk daarom te beletten, zoals, behalven Carpzovius en van Leeuwen by Replycq art. 34. en 37. aangehaald, Brouwer de ju-. reConnubior.lib 2. cap. 24. n. 16. by Replycq art. 38. geallegeerd, zulks niet onaardig betoogt, geevende daar van voldoende , reden, als hy fcbryft: moribus indignum, non divitiis deftituium refpuit fponfum Ulpianus in L. 12. §. i, D. de fpons. Non itaque honesta paupertas virum virtutibus inkruiium inter abjectas perfonas reponet. Boni mores prcevalent T t 2 di-