Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ADVYSBOEK. 353

Overysfel met reden mag genoemd worden , hebben weeten ttit te vinden, te begrypen is, dat zy een Statuit gemaakt hebben, waar na zodaanig Teftament, als het queestieufe is, geen effect, kan hebben , onder anderen , om dat zy daar door voorgekomen zyn, dat een nieuws ingekomene In« woonder geen meerder faveur geniete , dan een oud Ingezeten , die in dit Landfchap, gelyk men zegt, getogen en gebooren is, en daar in al zyn leeven gewoond heeft, dewyl , zo zy dusdaanig Statuit niet gemaakt hadden of daar by een nieuwe Inwooner (als welkers Teftament in Holland of elders voor Notaris en Getuigen gemaakt dan in dit ons Landfchap effect, zou gehad hebben, terwyl een Notarieel Teftament gepasfeerd door een oud Ingezeten van het zelve nul, nietig en kragteloos was) zo zeer hadden bevoorrecht zulks ten eenemaal abfurd geweest zou zyn , zo en als geblykt uit het geen ons geleerd wordt door VoETiusf» Comment. ad tit. de injust. rupt. irrit. fatt. test. num. 12. in /me, fchryvende: Nedicam abfurdum fore, ut Magijlratus Ultrajectinu: mobilium intuitu ratum haberet Teftamentum ejus, quiperdomieilii translationem recens advena est, dum inutilis jubet esfe 7eftamenta eorum quos in fua regione natos perpetuo fuee habuit ju. risditïioni fubjeüos. En deeze Abfurditeit is het evenwel, welke in de ftellinge der Heeren Advifeuren voor het oog van eenieder te ontdekken is, wyl volgens dezelve het Testament in Holland voor Notaris en Getuigen gemaakt door de Dame, in Cafus Pofitie gemeld, eene nieuwe aangekomene Inwooneresfe van de Stad Zwolle naar de Overysfelfche Rechten effect, zou moeten forteeren, terwyl alleTeftamenten door oude Ingezetenen van dezelve Stad voor Notaris en Getuigen opgericht, nul, nietig en kragteloos zyn; daar men in tegendeel, fchoon men ons gevoelen aanneeme, egter onze Overysfelfche Statuit zal moeten vry kennen van de praetenfe ongerymdheid, welke de Heeren Advifeuren daar in meenen gevonden te hebben, en diezy voorftellen, als zy zeggen: " dat het van onze Heeren Wetgeeveren niet „ zou te begrypen zyn, dat zy tot deeze Abfurditeit, zouIII. Deel. Y y „ den

Sluiten