is toegevoegd aan uw favorieten.

Overysselsch advysboek, behelzende merkwaardige zo consultatoire als decisoire advysen en sententien, van veele voornaame rechtsgeleerden in Overyssel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44* OVER YSSELSCH

„ pinge van Gods naam, wettelyk verkooren en beroepen, ,, gelyk mits deezen verkiest en beroept &c.". En daarna cir. cafinem, " de Geprefenteerde ordonneert en belast approbatie „ van de NB. wettelyke en kerkelyke Beroepinge te verzoe„ ken"; zulks dat de Goedheeren en Ingezetenen van Hax. bergen, al hadden dezelve voor deezen nooit een andere prefentatie gedaan., uit kragt van deeze ééne prefentatie alleen, zo met volkomen approbatie van 't Clasfis van Deventer na voorgaande aanfchry ving van de Heeren Gedeputeerde Staaten van Overysfel, in den jaare 1646 vreedigis gefchied, moeten gereputeerd en geagt worden in posjesfione vel quafi te zyn, om een Predikant tot Haxbergen te kunnen en mogen nomineeren en prefenteeren, quando enim agitur de jure patronatus, novisfimus attenditur flatus, cujus probatio inducitur per novisfimos actus, als gedecideerd is by Carpz. in jurispr. confifi. c. 1. tit. 2. defin. 21. n. 8- item by Ant. Fab. in Cod. lib. 6. tit. 1. defin. 5. n. 3. dicitur autem in posjesfione' vel quafi conftitutus qui femel bona fide paftorem novum preefentavit, ut tradit idem Carpz. di£t. defin. 21. n. 10. 6? diver. fis authoribus confirmat. Het welke van Reinking in fuo tractatude regim. Secul. rj? Ecclefi lib. 1. ClasJ. i.c. 9.». 1 7 mede word geconfirmeerd;his verbis: cenfeturautem in pos', fesfione esfe is, qui in ultimo beneficii flatu, vindelicet in ulti. ma vacatione illud contulit, vel ad id reprcefentavit ; zonder dat hier tegen iets doen kan, 't geen de oppofante Leden des Kerkenraads by hunne folutie art. 133 , 135 ^ l3ö en meer andere plaatzen, komen voor te geeven, dat de Goedheeren niet zouden hebben geageert of geconcludeert ten posfesfoir, maar ten petitoir, aangezien zy oppofante Leden des Kerkenraads art. 374 rj? 375. van hunne folutien ingenue en conform de waarheid bekennen , dat alhier niets anders word gedisputeerd als, dit alleen: wie van beiden Parthyen geoordeelt moet worden , tot het recht van beroepinge eens Predikants, 't meeste en 't naast bèrechtigd te zyn; tot decifie van welke niet altoos prsecife 00 't eigentlyke recht van Collatie moet worden gereflecteerd,

maar