Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m r t MENSCHE N.

\7

■ -• v. . II. . ; - ,.

In het hart van de meeste Grooten huisvest wantrouwen. ■ De verbeelding , alsöf alle overige menfchen zieh tegen hen verbonden hadden , heerscht bij hen. Uit dien hoofde kunnen zij niet wel dulden , dat zij , die aan hen onderworpen zijn , vertrouwelijke vrienden zijn. Wie niet noodig heeft , de gunst van Vorften en aanzienelijken te zoeken , die behoeft zich daarover niet te bekommeren , die kan verbintenis('en naar zijn genoegen aangaan ; en over 'r. algeméén zal geen braaf man de laagheid begaan, ofii ecnen befehermer of begunftigcr te behaaren , zijnen waaren vriend te vcrlaaten, noch een waardig man , die hem de hand toereikt , van zich weg te ftooten. Maar wie zijn geluk aan het hof wil maaken , doet voorzeker zeer wel , dat hij omzigtig zij in de keus van zijne verkeering , van zijne vertrouwelingen, en van de gezelfchappen , welke hij het meest bezoekt. Hier heerfchen altijd partijfchappen en kabaaien, waarin een goedwillig , deelneemend hart maar alte ligt kan ingewikkeld worden ; en wanneer nu de één van deeze partijen over de andere zegepraalt, dan moet ook de onfehuldigfte zo hij (legt* op eenigerhande wijze kennis heeft gehad van het voorgevallene , niet zelden het gelag helpen betaalen. Ik heb in zekere plaats , alwaar ik mij indedaad — ondanks mijne ontaarde

II. dee-l. B na-

Sluiten