Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

240 Edelmoedigs en verhevene zegepraal

verryken met de gefchenken van haare vrngtbaar-

-heid.

Het valt gemakkelyker de gefteldheid van onzo heide gelieven te begrypen, dan te befchiyven. De aandoening en verleegenheid waren genoeg, fcaam dezelvden in beiden; maar Nelson fchepte •een' foort van genoegen, van Córaly in zulke deugdzaame handen te zién, in plaats d it de weldaaden en de liefde van Blanford voor haar eene kwelling te meerder waren. Met Nelson te verliezen, zoude zy de verlaating van de gantfche natour verkobzen hebben, boven de zorgen, de wel■daaden, de liefde van alles wat hy niet was. Daar wierd evenwel beflht -, jaa met volkomen toeflemming van deze ongelukkige, dat men niet langer moest aarzelen, én dat zy haar noodlot ondergian moest.

Zy wierd dan als een flagtoffer naar dat zelvde huis gebragt, het welk Zy te vooren ais haare eerfte fchuilplaats had bemind, en dat zy thans als haar graf aanmerkte. Blanford ontving haar daar als eene vorftin ; en het gene zy hem niet konde verbergen van den onftuimigen toefland van haare Ziel, fchreef hy aan haare befchroomdheid toe, en aan de ontroering, welke, op haare jaaren , de naadering van het bruiloftsbed fomtyds vjroirzaakt.

Nelson had alle de kragten van eene ftolfdle ziel byëcngeraapt, om dat feest met een bedaard gelaat by te woonen.

Men las het kontrakt voor* dat Blanford had

doen

Sluiten