Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3+

Alcibiades,. of de wan die $m

heel vroeg een briefje van dezen inhoud: „ Ilc „ heb een' afgryzelyken nagt doorgebragt, kom j, my zien. Ik kan zonder u niet leeven."

Hy komt by de prude. De veDgftergordynen waren maar een weinig geöopend ; een flaauw licht ftraalde midden door purpre golven in haar vertrek. De prude lag nog op een met roozen verfierd rust» bed. Kom, zeide zy met een klaagende item, kom myne bekommeringen ftillen. Een vervaarlyke droom heeft my dezen nagt gepynigd: my dagt ik zag u aan de voeten van eene mederninüaa* res. Ach! ik iidder 'er nog van. Ik heb het u gezegd, Alcibiades, ik kan in de vrees dat gy my ongetrouw zoud zyn niet leeven; myn ongeluk zou des te gevoeliger zyn, om dat ik 'er zeiv' de oirzaak van wezen zou, en ik wil ten minften my niets te verwyten hebben. Gy kunt my ligt belooven u zeiven te overwinnen; maar gy zyt te jong om zulks lang te kunnen doen. Ken ik u niet? Ik begrypdat het onvoorzigtigheid en wreedheid is, u zulk een harde wet op te leggen. Terwyl zy dus op de beweeglykfte wyze fpvak, wierp Alcibiades zich aan haare voeten. „ Ik ben wel „ ongelukkig," zeide hy, ,, mevrouw, zoo gy „ my niet genoeg waardeert, om my bekwaam te ,, keuren van my alleen door de banden der ziele '„ aan u te verbinden! Alles wel ingezien, waar „ van heb ik my beroofd? Van het gene de liefde „ ontëert. Ik bloos van te zien dat gy dit oifer „ eenigzints in aanmerking neemt. Maar al was het zoo groot als gy u verbeeld, ik zou 'er

s, flegts

Sluiten