is toegevoegd aan je favorieten.

Onze tydkorting aan den IJssel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Czaar Alexander Michaillowitz. 205

„ met wien zy waarfchynlyk zeer wel in haar fchik, „ en gelukkig zal wezen; ik ken den man, hy is „ een deftig en braaf perfoon, en is ryk genoeg, ,, om zich niet in de noodzaaklykheid te bevin. „ den, van eene aanmerklyke bruidfchat met haar ,, te vraagen. Hy bemind haar, wil haar trouwen ïi en gelukkig maaken; gy kent hem ook wel„ „ fchoon hy waarfchynelyk zyne genegenheid om te trouwen, nog niet ontdekt heeft; ook ben ,, ik van gedagten, datgy, wanneer hy zyn aan,, zoek by u doet, hem niet zult afflaan." — Hier viel Matseof den Czaar in de rede, en zeide: dat zou, gelyk ik uwe Majefteit zoo even verklaarde, eene zeer wenfchelyke zaak voor my wezen, daar zulks my van veel bekommering zoude ontlasten, welke ik geftadig voor dit arme meisje in myn hart gevoele. Mag ik nu uwe Majefteit bidden, om my de naam van den man te' noemen ; misfchien kenne ik hem ook, en ben in ftaat uwe Majefteit eenige onderrichting nopens zyne omftandigheden te geeven. — ,, Ik heb u immers gezegd, dat ik „ den man kenne," hernam de Czaar; ,, dat by „ een braave eerlyke knaap, en in ftaat is, om 3, zyne vrouw gelukkig te maaken; dit moogt gy „ op myn woord gelooven; verders kan ik niets j, meer van hem zeggen, voor dat wy weeten, of

,, Natalia genegen is hem te neemen." ■ .

Daar is geen twyffel antwoordde Matseof, zoo draa zy hoort dat uwe Majefteit haar een' bruidegom bezorgd heeft. Ondertusfchen dient zy te weeten, wie de perfoon is, om 'er zich over te ver-

klaa-