is toegevoegd aan uw favorieten.

Onze tydkorting aan den IJssel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iii een Noord-Amerikaavjche V/ilde. 273

trilden teffens; intusfchen verflikte hy byna in zugten, die hy wilde verbergen. Zyne oogen ftaarden, en fcheenen als verwilderd, maar by Hortte geene traanen. Allengskens begon hy te bedaaren; en zich toen naar het oosten keerende, waar de zon uit de kimmen begost te ryzen, zeide hy tegens den jongen Engelschman: „ ziet gy die lugt wel van licht glimmen? hebt gy eenig vermaak „ in 't belchouwen daar van?" — jaa, zeide de Engelschman, het zien dier fchoone lugt geeft my vermaak. „ Aan my niet," hernam de wilde, „ ik geniet door dit gezigt geen 't. minfte genoe„ gen," en teffens Hortte hy een vloed van traanen. — Een oogenblik hier naa, toond? hy den jongman een' boom, in al de luister van zyn'bloesfem. Ziet gy dezen boom? vroeg hy; ,, vervrischt het aanfchouwen van denzeiven uwe oogen ,, niet?" Jaa, hec is een behaaglyk voorwerp. „ Nogthans heeft bet voor my geene bekoorlykhe. „ den," ging de oude wildeman voort; en voegde toen fchielyk 'er by: „ gaa naar uwe geboorte„ land, op dat uw vader nog vermaak moge heb„ ben in het zien van de ryzendszon, en de bloes,, fcms der lente."

P 5 IFon.