Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20fj VAN HET AANVALLEN DER KERKEN ,

pen zich zouden overgegeeven hebben, en hoe verftandig was zyn Aanval uytgedagc en in het werk gefteld, om zich, daar alles verlooren was, uyt de hand zyner Vyande te redden.

ZESDE AFDEELING.

VAN HET AANVALLEN DER KERKEN, ADELYKE HUYZEN EN DIERGELYKE POSTEN^

§. I.

De fchikking en het bellier tot den Aanval en het iuneemen van een deezer Posten, zyn even zoo gefteld, als die, welke tot het aanvallen der Veldfchanfen vereischt worden.

§• *.

Is een zoodanige Post met dappere, en onvertfaagde Manfchappen bezet, en word op zulk eene wyze, zoo als ik in de voorgaande Afdeeling voorgefteld hebbe, verdedigt;dan zal het heel bezwaarlyk vallen , een dusdanige Post zonder Gefchut weg te neemen. Maar is men daar mede voor. zien; zoo kan men daar door des te eerder tot zyn oogmerk koomen'. Men richt het op de hoeken van het Huys; enfchiet de zelve daar mede in, of menbefchiet het voorzich hebben met gloeiendeKo-

Sluiten