Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kaar CEYLON. 137

zcldfchap bevond, die plotfeling zeer bang begonnen te fchreeuwen: Thelel Thele! uit elkander vloogen, en my, die dit niet verftond, en ook niets zag, alleen lieten. Men nep my eindelyk om ook by hen te koomen; en toen ik hen volgde, onderrichten zy my eerft van deeze zaak. Niet minder bang zyn de Inwoonders voor de Scorpioen; deeze vind men vry talryk, aan eenige Oorden , inzonderheyd daar ter plaatfe alwaar Lyken begraaven zyn. De Europeaanen, die meeft alle Ibhoenen draagen, hebben by dag van deeze dieren niet te vreezen. Maar de Inboorlingen die blootvocts gaan, dies te meer. Men fterft wel niet van zynfteek, maar deeze veroorzaakt een ontzaggelyke ontfteeking in 't Bloed, zodatmen middelen daar teegens moet gebruiken.

De Tarantel, of gehoornde Spinnekop, is ook gevaarlyk, en zeer yflelyk te zien, daar zyn er van een Hand groot, zonder de pooten: de Hoornen zyn bruin, en zyn Lighaam ruig.

De Ameife C<0 die geheel wit, en middelmaatig groot zyn, doet aldaar veel fchaaden aan de Kleederen, die men aan den wand laat hangen, zy koomen in eene Nagt, met zo groote meenigte uyt de aarde te voorfchyn, dat zy in ftaat zyn, een geheel kleed te doorvreeten. Over deeze Dieren klaagt een yder Menlch, zo wel de Inboorlingen als de

Eu-

(<0 Dc witte ^imeifen of Houtluifen, gelyk zy Yin de HollanderJ, en Franfchen genoemt werden, zyn een bekende Plaag in Ooft-Indien.

a. d. h.

I 5

Sluiten