Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74' LEERREDE over

Merkt, ten vierden, op, M. V. ! dat de Engelen God preezen over 's Heilands geboorte, zij zongen eenen lofzang; — zullen wij hen niet navolgen?

God te prijzen — is de waare zaligheid voor het redelijk fchepzel. Geen wonder dan, dat het de heerfchende gezindheid, de onafgebrokene bezigheid is van het zalig Geestendom. God heeft den mensch verftandiger gemaakt, dan bet gedierte des velds, om Hem te kennen en te prijzen. Hij heeft ons eene tong gegeeven , om zijnen lof te zingen. Maar , wij vielen van God af; wij verlooren onze gelukzaligheid; de aarde werd, om de zonde, vervloekt. Wie zou, in zulk eenen toeftand, op zulk eene aarde, vrolijk, van God en van zijne heerlijkheid, immer gezongen hebben? Wij zouden,eeuwig, wanhopig h;bben moeten klaagen. Dan God zond zijnen Zoon, ter verzoening en zaliging. God verheerlijkte zich, door de verlosfing der menfehen, nog meer, dan door hunne fchepping. 's Heilands mensch wording, leven, dood en heerlijkheid, leevert nieuwe en heerlijke zingensftof; ja , de grondflag |s gelegd,voor een eeuwig zingen, op deeze aarde. Vóór den dag van Jezus toekomste , gaat het wel gebrekkig, maar het is God, in zijnen Zson . welge-^ valüg; en, op de nieuwe aarde, zullen wij zingen, op eene volmaakte wijze, een nieuw lied, waar in iets zaligs en Godverheerlijkends zal zijn, dat in de hemelfche Engelenliederen niet wordt gevonden.

Op darf, op dan, Godvruchte fchaar! van God gezongen! — van Jefus gezongen! van Gods liefde gezongen! van 's Heilands kribbe, van zijn kruis, fan zijnen troon, van .zijne toekomfte, gezongen! &WX van gezongen onder den zegen > en bij vrolijk

licht \

Sluiten