Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 REDENVOERING.

Onze vreugde eindelijk rnag met rede groot zijn, zo het waar is, dat de herinnering van den reeds verloopen tijd met vermaak doorgebragt te hebben , gepaard met de bewustheid van zich, zelfs in de uuren eener nodige en betaamlijke uitfpanning , op voorwerpen te hebben toegelegd, die, tegelijker tijd dat zij voor den bëoeffenaar zclven nuttig zijn, ook deezen voor de geheele maatfchappij der menfchen verdienftelijker doen worden, eene der treffendfte en meest ftreelende aandoeningen is, die op een gevoelig hart kunnen werken, en het zelve met genoegen vervullen ; een genoegen , dat bij ons thans nog vermeerderd wordt door het vooruitzicht dat onze bijeenkomften in dit nieuw Gebouw voor ons zeiven nog aangenaamer, tot voortzetting van alle de takken onzer bëoeffeningen, en dus tot bevordering van het algemeen nut, nog gc, fchikter zullen zijn.

Geen wonder dan , Mijne Heeren ! zo die rechtmaatige vreugde, voor één oogenblik het gevoel van alle de weederwaardigheden des leevens verdooft! Geen wonder zo Gij allen het ge, noegen uwer harten op uw gelaat duidelijk te kennen geeft, en deezen dag als den glorierijk, ften van uwe Maatfchappij befchouwt!

Maar-

Sluiten