Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HUISBOEK. 221

„ zipdheid , en onderlinge toegeevendheid voor„ fpeid! £n hoe ongelukkig waren niec zyne waar-

lchouwin-

,, de landeryen in waarde klommen, de provintiaale efFe„ «en eene gewenscbte ryzing ondervonden, en 'sLands „ inkomften met de vermogens der ingezeetenen vermeerderden, de circulatie van penningen aanzienlyk was, „ de aflosfing van oude fcbulden in train kwam, en on„ gevoelig toegenoomen zoude zyn, indien het rampzaa,, lig tydftip van het uitbarften des oorlogs met Grootbrit. ,, tanje niet was opgekoomen , welkers gevolgen voor hun,, nen handel , en fcbeepvaard zo doodelyk geweest wa,, ren. Nergens zoude blyken, dac het hem niet had mo. ,, gen gebeuren, voor zo ver van hun afhing, zyne bedoe„ l'.ngen te bereiken, en zyne poogingen met den gewenschtetz U!tjMg bekroond te zien. Het fmarttedc hun nu in e.n ,, verflag te roosten koomen, dat tot hunne regtvaardigin„ onontbeerlyk was. Zy kenden zig vry, van ingeboe„ zemde vooroordeelen veroorzaakt, of gevoed te .hebben, veel min aan fchendir.g van vertrouwen fchuldig te zyn', „ en betuigden, nimmer den toeleg gehad te hebben, om hunne eige verdeediging te doen dienen tot bezwaar van anderen, Deeze gevoelens waren de eenige gronden, en „ waaragtige oorzaaken, die hun weerhouden hadden, om in het breede te beantwoorden zyne jujiificatoire memorie „ van 6. oétober 1782. Zy hadden daar in niet willen „ zoeken, of vinden reegelregte befcbuldigingen van hun,, ne regeering, en gedrag, en aan de eene zyde gemeend, ,, dat een voorzigtig ftiizwygen voor hem niet ongunftig „ zoude zyn, en hem overtuigen van hunne gemaatigd„ be;d, en agting. Aan den anderen kant agteden zy „ het beneeden hunne waardigheid van zig in te laten mee „ de opftellers daar van, aan welker listige inzigten, ver„ leidende taal, en verderfelyke grondbeginzels zy dat ftuk „ alleen coefchreeven. Zy hoopten, dac hun gedrag hem „ overreden zoude van de nadeelige gevolgen der maat„ reegelen , die aan hem opgegeeven wierden door den „ kring van raadslieden, waar meede hy fcheen omringd „ te zyn, en d:e nog de ger.eegenheid, nog de agting, „ nog het vertrouwen der natie bezaten, of verdienden. „ Dog nu, daar men ,onder den dekmantel eener gemaafg„ de zelfs verdeediging, en onder het voorwendzel van twee ,, voorftellen, die zeekerlyk eenen ro omilagtigen aanloop

„ nimmer

Sluiten