Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20 UITWEIDING OVER

uitgegceven, waar na hy, door den geleerden henrir cannegieter, (doch die denSteea niet zag,) in zyne Verlmndeling over Keizer postümüs (tf), befchreeven wierdt.- Indien gy, immer, iets van dien zeldzaamen Steen kunt ontdekken , zoudt gy my en, dat meer is, de geleerde waereld verpligten.

reinout. Ik zal, denklyk, flegts met myne wenfehen aan uw verlangen konnen voldoen. Maar was die Steen, by 't Huis te Britten, Roomburg of elders, in Holland, Gelderland of Utrecht, opgegraaven ?

volkhart. Neen. Men vondt hem; 't geen, reeds, op zig zeiven, by eenen Steen met dit opfchrift , zeer aanmerklyk is ; omftreeks 's Hertogenbosch, in een klein gehugt, Hummel gezegd (F)t alwaar, voorheen, méér Romeinfche Oudheden gevonden waren, die, met dit gedenkfïuk, door Mr. henrik copes, een'zeer vlytigenen te weinig bekenden letterkundigen, voorheen Schepen van den Bosfche; in het jaar 1686, aan cuper gefchonken wierden: zo als dit niet alleen blyken kan, uit de Schriften van cuper zeiven , maar my, nader, bevestigd is, door den, in deezen tak van kennis zeer ervaarenen, Oud-Secretaris der gemeier) cannegiet. In postumo , Cap. XV. pag.

158—160.

Qf) cuper. in Monument antiq. inedit., pag. 218'. ftqq. „Exiguus Pagus, cui nomen elt Rumrnsl, m „ Agro SylYaducemï*

Sluiten