is toegevoegd aan je favorieten.

Mengelwerken, in dichtmaat en prosa.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

art DE DROOM EN DE Voor dien, die kleuren waant te aanfchouwen

Waar zich de regenboog vertoont; Geen fchijn van 't weezen poogt te ontvouwen,

En treurt, daar zuivre blijdfchap woont; Die, lui, fleeds vadzigheid begroet, En, waakend', niets voor de aarde doet.

Mops draagt, als hoofling, ordenbanden;

Draait mede aan 't rad, en was nooit wijs. Hij is. de geesfel veeier landen,

En werdt in 't ezelsvoorrecht grijs. Mops leeft; Mops iterft; — wat is dé man, Die, waakend', droomers hindren kan ?

Wat is hij, die zijn brood gaat beedlen, En heden niet voor morgen zorgt?

Een raaf, die roofkunst moest verè'edlen? Een dichter, die uit boeken borgt? —

Dat, wat de waereld hoofling noemt,

En dien men als een Croefus roemt.

Daas