Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET KNAAPJE, 27

Per. E11 evenwel hebt gy hem lief?

Am. Om dat hy tegen elke fout ten minden drie deugden bezit, — zyne ongebonheid zelf neemt de gedaante der Deugd aan '. Weinige oogenblikken eer dat uw Bode , (tegen Perikles.) my riep, zag ik er nog eeij nieuw bewys van.

Per. Wat was dat? — Verhaal het ons! het mag dan zo weinig te beduiden hebben als 't wil.

A m. (op een moedigen toon. ) Gy weet, dat ik het geluk hebbe, eene Spartaane te weezen. Myn iongfte Zoon, omtrent één Jaar ouder dan alcibiades, werd te gelyk met hem opgevoed. Zy zyn beurtlings vrienden en vyanden, zo als deeze afwisfeling doorgaands in die jaaren plaats heeft.

Phid. ó Gaven de Goden, dat dergelyk eene afwisfeling alleen onder zulke Knaapjes te vinden ware. ■

Per. Wel aangemerkt. Nu amula!

Am. Myn gilifpüs is grof en lterk, 20 als alle Kinderen, die op den dag hunner

Sluiten