is toegevoegd aan je favorieten.

Alcibiades.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE JONGLING. l6o

Tweede Mag. Perz. De oude Pagters vernieuwen hun voorig Bod. — Is er niemand die meer bied? (een diepe ftilte.)

Een Uitroeper, (na het voorig gezegde herhaald te hebben., Het fchynt van neen!

Eerfte Pagter. 't Is ook byna onmooglyk, zo hoog is reeds ons Bod.

Uitroeper. Wy vraagen voor de laatftemaal, Bied er iemand meer ?

Thr. (te voorfchyn treedende.) Ik bied nog één Talent.

Het Volk (mompelende.) Eén Talent? één Talent? — wie is dat? — wie kent hem?

Eerfte Mag. Perz. Wie zyt gy , die dat hopger Bod doet?

Thr. (met een beevende ftem ; terwyl hy vast naar Alcibiades omziet.) Myn naam is thrasillus. Myn Vader heet iopi'o«. Myn Vaderland is Egina, en Athene eerst:, zedert eenige weeken, myn Verblyfplaats.

Tweede Pagter. Voortreflyk! een onbekend: . Vreemdeling fteekt zig in bezighecden ^ waartoe een ganfche Iceftyd naauwlyks toereikende is, om ze tc leeren.

E 5 Eet: