Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Dichtkunst zal zijn naem in eeuwigheid doen leven t

Zoo lang heur heilig vuur op aerde aenwezig is, Zal hij, ter harer eere, op aller tongen zweven;

Zoo lang blijft vander pot hier in gedachtenisf'! Gij Kunstgenooten, die, door 't edelaertig zingen

Diens onwaerdeerbren Mans, werd aen zijn toon geboeid, Gij voelt,'op zijnen dood, uw oog een traen ontfpringen,

Een traen, die uit het diepst van 't fchreiênd harte vloeit. Laet op de lijkcymbael zijn zangvermogen klinken:

Hij heeft Natuur en Kunst * in Rottes wal gefticht, En deze Broederfchap met hemelglans' doen blinken,

Ja 't keurigfte oor vergast op vloeijend maetgedicht. Dat maetgedicht leere ons, die 't zelfde pad betreden,

Hem volgen, daer zijn kunst ons onderwijst en ftreelt; Zijn wijsheid lichte ons voor, als we onze vlijt hefteden:

Zoo wordt, door de Oefening de Wetenschap geteeld, f Zou dan de erkentenis geen lijkcipresfen ftrooijen Op zijn geheiligd graf! dat ware ondankbaerheid:

Een

* Natura et Arte, een Kunstgenootfchap, dat weleer in deze M Uoebta. + Met toefpeling op het Genootfchap: Studium ScenUarum Gemtrtx% dat iu de plaets van Natura et Arte gekomen is.

Sluiten