Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 28 >

gen, lacht met alle lof- en eer-tuitingen, zodra hij bemerkt, hoe hij zich geplaatst ziet onder een hoop verleiders, bedriegers , huichelaars, geestdrijvers, welken door verfcheelende konstgreepen tot denzelven trap, als hij, in wereldfche grootheid en vermaardheid zijn opgeklommen.

Hier over zullen we ons te minder verwonderen, zo we de perfonen, van wïen deze eer afkomftigis, van nabij befchouwen. —— Het getuigenis van het klein getal der opmerkzame verftanden wordt door het woest gefchreeuw van duizend - duizenden verdoofd. — Een gemengde hoop menfchen , die door tijdkring, gewoonte, grilligheden, invallen,

partijzucht — meer dan door Reden geleid worden

menfehen, die fchijnvertooningen bewonderen — oppervlaklag onderzoeken — met verhaasting oordeelen — dezen zijn lof bazuiners — en maar al te dikwerf uitdeelers der eerambten. — Wij kunnen ons ook niet altijd door den lof

der aanzienlijken en grooten van de waare eer verzekéren.

De rang geeft noch verftand, noch oordeel. In zoo verre is hier geen onderfcheid. Overdaad , trotsheid , eigenbelang hebben meestal zóó veel invloed , om de gevoelens der grooten te befmetten , als onkunde, bijgelovigheid en vooroordeel om de begrippen van het graauw te bederven. — Dat hier de ondervinding van veele jaaren fpreke! — Wie zijn dikwerf de Keurmeesters in het Kerkelijke ? wat bij hen de kenmerken van verdienften? de middelen ter verheffing? en de perfonen, die zij vereeren ? Een waarlijk groot man, dit overwegende, zal op zijnen verhevenen ftand nimmer trotfeeren; lij ziet vee'lé onkundigen, verdienfteloozen nevens hem op dien zelfden trap van eere geplaatst, en kundiger en voortreffelijker mannen in de laagte al zuchtende hun leven eindigen. — In den wereldlijken ftand ontdekken wij wel eens die zelfde ongelijkheid. Menfehen, die men nauwlijks de zorg der zwijnen zoude toevertrouwen, zien we in de waarneming van

amb-

Sluiten