Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 4 )

;; ca voor de dood is geen kruid ge «ruien; nu ze moest „ dan ftar?en, men kan tog geen ijzer met handen bree„ ken; de Henel hebb' haar ziel en daarnuê is 't uit; — „ als mijn rijpaard fterfc, koop ik een ander —- als m;ji „ rok verfleeten is, maak ik een ander » ik wist tog dat „ deeze dingen niet eeuwig konden duuren: wel i>u! mijn „ wijf kon even min eeuwig; duuren; ze ftierf, ik zal een „ anddrtf neercen, en daarmede is 't nog eens uit"

Zie daar, waa.de tijdgenooten 1 hoeveel het fc'ieslt door wat bril men kijk:; wenfcbelijk ware her zeker dat ieder djor *t verkleinbrilletjen, of groene bril keeke; dan, 't is nog al een kunstje.i, om dat tuig op den ziilsneus te zetten; wan; alle de zielsneuz.an zijn er niat even wèl gefchikt voor, en dit ku.stjen is het, dat ik, in eenige mijner uurtjens van uitfpanning, den geenen zal traditen te leeren , die bet zelve niet , of ikchts gebrekkig kennen — zijn er onder u, die de kneep kennen, welnu, biedt mij vriendbroederlijk dé hand! zend mij tusfehen be;de eenige van uwe waarneemingen ovsr, op dat wij gezamentiijk, onze evenmenfehen helpen zig te bïkwaamea, om ook op den flouipften zielsneus, tog een van de biide meergemelde en onwaardeeibaare brillen te kunnen zetten, zo zult gij mij niet alleen, nutr ook de geheela maatfehappij een bijzon, deren dienst doen.

Sluiten