Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 30 )

wo'f, ziekende wien zij zoude mogen opvreeien, aan aüe kanten te kunnen keuren, of ba ir een gat in den kop te doen ftooten; ja waarlijk dit is het uitbeeldende der hoofltrek van het charak'er eenszogenaamdsn christen , (die van bet manlijke gedacht is; van hït vrouwlijke gefiacht fpreeken wij ftraks nader O fflaar een redelijk Zedaleeraar der Christenen denkt er anders over; zijne rede'ijke Godsdienst veroodoofc hem alle die onfchuldige genoegens, of verkiezingen van het hart, welken binnen net p±rk der mode vallen — wij bejeeren ons desaangaande alleenlijk te bepaalen bij de kleederpracht der vrouwen.

Gij kniezers! waarom raast gij t.ich zo op de beminnelijke fexe, laarom dat zij zig verfie:t met de bevallige leliën, met de edele roezen, met alle de bloemen die de milde Natuur haar aanbiedt? waarom veracht gij haar, dat zij zig toois met alle de bevallige vindingen dor fchranderheid en van kundige handen? Als g'j eens een hoogst vetcierde vrouw tegenkomt befchouw haar dan eens met aandacht; of, zo uw befchouwings vermogen re flaaperig van aart is , even als uv ligchaam, ga dan eensin aznHtllandfche fchouvtbure,, of in deFran-

fche opera.... hemel wat gillen is dat! Ichrikt ge zo van

die woorden, triestige bergenvreete-s ? ■ ja ik kan het

ook wèl begrijpen; die tempelen van kunst, finaak en talenten; die leetfciioolen van deugd en goede ze.len, zijn in uwe oogen al msis gedichten van den duivel, hoere-pakhuizen , et cetera ■ nu mannetjens! fielt uwe arme ziel gerust, ligt vindt gij in andere plaatfen,») waar gij veilig durf: komen ,en ook dikwijls komt, fraai opgetooide vrouwen ;nu, trekt uwe aandacht voor een oogenblik af, en vestigt ze op hiar,zo zult gij zekerlijk moeten bekennen, dat een fchoone vrouw, dus Haai naar den heerfchenden fmaak uitgedost, een gadeloos ftuk werks is —— pas zelfs maar op uwe harten, kniezersbaazen! ■ want de ondervinding leert tog dat, hoe harkig gij oek zijt , dat Cupido u evenwel ook om zijn' vinger windt, zo wel als ons, vrolijke adamskinderen, alias wereld. lingea —» — maar, zult gij zeggen, al maakt een fraai gekleede vrouw nu een mooi figuur uit, 't is evenwel zonden, het beeld Gods zo met linten en kwikken als een kermispop optetrariën - o jou domoors! hetbeeldGods zegt gij! nu! gij toont hoe diep het bij u zit.... maar ik wil overzoernftigeen punt met u niet fnappen, ik ben er te vrolijk toe, en het ïninfte fpotwoordjen dat mijn pen ontglipte, zou mij tot mijn

dood toe ten hijiderpaale verflrekken als ik

een fraai bloem^lantjen heb, zet ik er een groen gefchilderd ftokjen met een goud koopjen, en gladde koperene omvangrin. gen er aan, bij, op dat het nog een bevalliger voorkomea hebbe; dat niet alleen; maar ik plant het ook, om zijn lui*

Sluiten