Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S.S JOHANNA VAN MONTFAUCON.

adelbert.

Z-Wjg ! finds wanneer is her een gebruik op mijnen burgt, geboci ten te befchimpen ? Maak hem daadlijk los!

wolf , doet het met be iwo'.gtm grimmigheid. • Mijnentwege! Maar zoo gij nog eenmaal in ons woud koome, neem u i an voor mijne handboog in acht. APelbert, tegen bomuald. Zijt gij in dienst van Lafarrs?

romu ald.

Ja.

adelbert.

W.or is uw heer?

R O M U A L ü.

Ik weet het niet. Ik ben hier met verlof.

wolf.

Hoe veelen van u zijn 'er met verlof?

r o M U A l d.

Hebt gij recht hier naar te vraagen?

w o l f.

Vervloekt ! — Geftrenge heer ! ik fmeek u , vertrouw hem niet. Hij Heeft fpiesmakkers; zij hebben kwaad tegen u in den zin.

adelbert.

Foei, oude! Waart gij 'er niet bij, toen Lafarra mij den beker van veizoening toehragt?

wo. lf.

Waar wast de wijn, oie ouden haat.uit het hart ver.

jaagt?

a t> e l b e r t.

't Is genoeg, dat Lafarra ridder zij ; tusfchen hem

en

Sluiten