Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3o BE T IJ B,

en vrceze dat het met mi] gelijk met denzelven gaan zoude , die onzckerer is dan den wind, en fneller dan een' vogel in zijn'vlugt, ik vreesde dat alles bij mij zoude verdwijnen. -— Eindelijk bleef er voor mij niets over, dan te klaagen over de grootheid en; laugduurigheid mijner zonden en ongerechtigheden : — hoe menigmaal ik fliep, wanneer ik moest waaken, £ii hoe trouweloos ik omtrent mij zeiven ,• mijn 'huisgezin en des Heeren kudde dikwerf verkeerde. — o! dacht ik op dit oogenblik, indien de Heere niet getrouwer ware geweest dan ik, gewis zoude het voor lange met mij, mijn huisgezin, en de kudde gedaan en verloren zijn geweest ; maar in den Almagtigen, Goedertierenen en eeuwig- getrouw blijvenden Jefus, vond ik het anders , dit gaf mij dan alleen lïof om over mij zeiven, en niet over den Heere te zuchten en te klaagen. Eindelijk nam de altijd weldoende God mijne klaagftof weg , des Heeren bezoekende Hand, over ons huis uitgeftrekt, werd ingetrokken; wat kreeg ik geen rocmftofin den Heere!-— Zoo veranderden onze klagten , door de goedheid van onzen Schepper, in gejuich; maar gelukkig is het voor alle menfchen, dit bij het licht des Geestes in te zien, en'alzoo te leeren, dat er geen aangenaamer tijden zijn, dan wanneer de blijdfehap de droefheid, en het licht de duisternisfe vervangt; — altoos licht en blijdfehap in de tenten der rechtvaerdigen, of in het geestelijk Goozen, zoude of onverdraaglijk, of ten

mins-

Sluiten