Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

148 BE T IJ D.

Te midden in mijn zonden Werd ik van God gevonden ,

Herbooren door den Geest; Melaatsch van top tot teenen, Riep ik: waar zal ik heenen ? —

Gods recht vreesde ik het meest.

Dan God zag op mij neder! — Gelijk bij donker weder,

De Zon weêr de aard verlicht, Zoo werden al mijn wegen , In duisternis gelegen,

Voor mij tot heil gericht!

Hierom kon ik niet rusten: 'k Verlochende al de lusten

Van mijn verdorven hart; 'k Verfoeide 't aardsch gewemel: Mijn zucht klom op ten Hemel,

Bekommerd leed ik fmart.

•Tot

Sluiten