Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jacobi, Verhandel, over eenige Jlukfon van den Godsdienst. S

„ verzen van het eerfte hoofdftuk van dezen brief." De Heer jacobi is van een zeer verfchillend gevoelen, en offchoon hy toeftaat dat Paulus zig fomtyds van tusfchenredenen bedient, is hy egter van gedagten, dat zulks hier in het geheel geene plaats heeft. Hy merkt aan, dat eene plaats, die voorheen voor den gemeenen man zeer verftaanbaar is geweest, thands voor denzelven onverftaanbaar zyn kan, uit hoofde dat hem zekere grondbeginfels en gewoonten van vroegeren tyd onbekend zyn, of om dat hy zig dezelve niet lerltond herinneren kan. Wanneer men dus zekere leeringen en gebruiken, welke by de Grieken en Romeinen aan een ieder bekend waren, in het oog houdt, gelyk de leer van de onfterrlykheid der ziel, van een toekoomllig oordeel na den dood, zo fchynt het den fchryver naaulyks mooglyk toe, dat een ongeleerde Romein by de woorden van Paulus in deze plaats, terftond aan iets anders hebbe konnen denken, „ dan aan den oordeelsdag, aan welken de Romeinen „ en Grieken in het gemeen geloofden, en van de vrees voor „ welken zig de wyzen zelf niet altyd konden ontdoen; terwyl „ hy tevens gedagt moet hebben aan die kloppingen van het „ geweeten, welke by eenen ftervenden door dit denkbeeld „ veroorzaakt worden. Kon hem," zegt hy, „ in dezen tekst „ wel iets duisters overig'bly ven, 't welk de kunftige verklaa„ ring van eenen geleerden noodighad? Zo dra men derhalven ,, aan de bovenaangehaalde algemeene erkentenis en ondervin. „ ding, welke by iederen Romein plaatshad, denkt, zal deze „ tekst, gelyk ik vertrouw, by een ieder de volgende denk» „ beelden voortbrengen: Die zonder eene van God onmiddel„ „ lyk geopenbaarde wet gezondigd hebben, zullen zonder „ „ zulk eene wet verlooren gaan, en die tegen zodaanige wet „ „ gezondigd hebben, zullen door dezelve geoordeeld wor„ „ den. Want die geenen zyn niet regtvaardig voor God, „ „ welke de wet hooren, maar die geenen, welke dezelve „ „ doen, zullen regtvaardig verklaard worden. Want wanneer „ „ de heidenen, welke de geopenbaarde wet niet hebben, en „ „ echter door eene natuurlyke neiging dat geen doen, het „ „ welk de wet beveelt, zo zyn zy, daar zy geene geopen-

„ baarde wet hebben, zig zelven eene wet, als die betoonen „ „ dat het werk der wet in hun hart gefchreeven is , terwyl „ „ hun gewisfe getuigenis oplevert, en hunne gedagten over

„ en weder hen of aanklaagen of vry fpreeken zullen op ze. „ „ keren dag, wanneer God het verborgene der mentenen zal „ „ oordeelen, en wel volgens myne leer, door Jefus Chris-

„ lus.'"" Deze eenvoudige en onopgefchikte verklaaring,welke door iederen ongeletterden zeer gereedlyk verftaan kan worden, wordt door den fchryver vervolgens vergeleken, mee A 3 de

Sluiten