is toegevoegd aan uw favorieten.

De recensent, of Bydragen tot de letterkundige geschiedenis van onzen tyd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

454 Teylers Godgeleerd Genootfchap, X. Deel.

door eenig toeval, zyn geheugen zo geheel verloren had, dat geen zyner tegenwoordige denkbeelden eenige betrekking had tot de voorigen, dan zou hy niet langer dezelfde perfoon zyn, naamlyk, in eenen regtsgeleerden, of zedenlyken zin: maar, wanneer wy ftellen, dat deze zelfde man, eenige jaaren daarna, tot het gebruik zyner zinnen herfteld werd, zo dat hy zig kon herinneren, hetgeen hy, vóór het verlies van zyn geheugen, gedacht en verrigt had, dan zou niemand aarzelen, hem voor denzellden perfoon te erkennen, die hy vóór het toeval geweest was, en dus ook, als een zedenlyk wezen, aanfpraaklyk voor zyne toenmaalige verrigtingen.

Wy twyfelen niet, of deze onze aanmerkingen zullen den Hr. van voorst overtuigen van het byzonder gewigt, dat wy in. zyne verhandeling ftellen; te meer, daar zy gefchreven is met die befcheidenheid, welke verftand en hart beiden vereert, en vooral betaamt in de behandeling van een onderwerp, dat, zo lang het niet beflist zy, of ftof en geest beiden wel iets meer zyn, daw afgetrokken denkbeelden, aan zeer groote duisterheden en zwaarigheden onderhevig is. Aan hun, die in dit, en zoortgelyke onderwerpen, op eene meesterachtige wyze gewoon zyn te beflisfen, moeten wy, met cicero, tegemoet voeren: O une est ista, defignandi licentia, ut hac Deusfecerit, htec non efficere posfit? Qua fi alia vera, aliafalfa: qua notd internoscantur,fcire fane velim. Si nulla est: quid istos interpretes audiamus? fin quapiam est, aveo audire, qua fit. Sed harebunt.

Het Xlde Deel behelst vyf Prysverhandelingen over het volgend zeer gewigtig onderwerp : Hoe zal men den grondregel der Proteftanten, dat ieder Christen, zynes verftands magtig, geregtigd, en, naar zyne bekwaamheden, verpligt is, om, in zaken van den godsdienst, voor zig zeiven te oordeelen, duidelykst verklaaren, en deszelfs aanneemlykheid ten bondigften bewyzen? in welken edelen tetterftryd de gouden eerprys behaald is door den Hooggei. Hr. paulus van hemert, vóórmaals Predikant te Wyk by Duur/tede, thans Hoogleeraar in de Wysbegeerte aan het Kweekfchool der Remonftranten te Amfterdam.

De fchryver begint zyne verhandeling met eene oordeelkundige verklaaring van den Proteftantfchen grondregel, als zynde de grondzuil der Hervormde Kerk, ja der hervorming zelve; waarom ook alle Proteftanten dien regel, immers met hunnen mona, belyd.-n en vereeren. Ten bewyze daarvan voert hy aan Art. VU en XXXII. der Nederlandfche Calvinistifche Geloofs» belydenis, door guido de bres, en anderen, ontrend het jaar 1562, ontworpen, waarin onder anderen gezegd wordt: wy

ver.