Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MAANDLYKSCHE KATALÖGUS . Romans , gé$

tibemt, met betrekking tot het btyfpet. i^.) Vordert het treur/pel, het geen men declamatie noemt? 14..) Eenige zaaken, die de wei zenlykheid der opzegging nadeelig zyn. 15.) Over het geheugen, met betrekking tot hen, die een toneel betreeden. 16.) Mm behoort op zekere jaaren bedagt te zyn , het toneel te veriaaten, ten tninflen behoort men redelykheidgenoeg te hebben, om van verfcheidene rollen aftezien. — Alle deze onderwerpen worden , wel is waar, flegts konlyk, dog tevens met zeer veel juistheid en gezond verftand behandeld, en voorgedraagen ; en offchoon wy het bovenaangehaalde franfche werk van den Heer D. thands niet by de hand hebben, om naauwkeurig omtrend de oorfpronglykheid van het gefchrift voorhanden uitfpraak te konnen doen, konnen wy egter verzekeren, dat hetzelve in zodaanig gewaad te voorfchyn treedt, dat niets, dan alleen de zedigheid van den fchryver zelve, ons heeft konnen beletten, om hetzelve als een oorfpronglyk voortbrengfel onzer drukpers aantemerken. — Wy konnen onze verwondering intusfchen niet ontveinzen, op bladzyde 141 in de aantekening ontdekt te hebben, dat hetzelve door eenen hollandfchen toneelfpeeler zeiven vervaardigd is geworden; eene verwondering, welke tevens met zeer veel vermaak gepaard gaat; dewyl zy ons overtuigt,dat men,ook hier te lande,onder lieden van dit beroep , de zodaanigen kan aantreffen, die hunne beste poogingen aanwenden, om te toonen,dat hunne kunstgenooten in het algemeen, die verachting niet verdienen, met welke dezelven dikwerf op eene zo onbefcheidene wyzeoverlaaden worden. — Voorts is de fchryver zeer ingetoogen ten opzigte der beoordeeling zyner kunstgenooten op den Amfterdam fchen Schouwburg, en terwyl hy aan de uitmuntende wattier, ( onze hollandfche sidbons), en anderen , billyke hulde doet, gaat hy die geenen , die geoordeeld zouden konnen worden, ons toneel of te ontluisteren, of ten minften geenen luister aan hetzelve by te zetten, met een diep ftilzwygen voorby. — Hec doet ons ondertusfchen leed, te zien, dat de fchryver, die een zo uitmuntend gebruik heeft weeten te maaken, van het boven aangehaalde werk van den HeerD., tevens niet geraadpleegd heefc met het voortreflyk gefchrift, te Londen, in den jaare 1750 uitgegeeven, onder den titel van: The Atlor; als mede van dezeer oordeelkundige Italiaanfche verhandeling van f. riccoboni, DciC arte reprefentativa, in den jaare 1728 uitgegeeven, en in den jaare 1750 te Purys in het licht verfcheenen, onder den titel van : F Art du theatre ,par fransc riccoboni; welke beide gefchriften wy. benevens het franfche werk des Heeren D., de eenigen achten, die waardig zyn geraadpleegd te worden, er» die de verhevene toneelfpelkunde in dat wysgeerig licht be-

III. deel. LI fcllQlI-

Sluiten