Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maandlyksche katalögus, Romans, enz.

fchnuwen, waarin dezelve alleen betracht en overwoogen be* boort te worden.

Art. 13- Myne ledige uuren, of, Proeve van zedelyke gedichten, dooris ].r„ de la hou ss a ij e, Predikant te Ke fel. Te s''Hertogenbosch by de IVed. C. A. Vieveg en Zoon, en te Rotterdam by J. Meyer. 1792. gt. 8». ƒ -: 14:-

Carmina fcribentis fecesfum & otia quarunt! Ledige uuren Zyn dus de vereiscnte ojgenblikïen, die aan de dichtkunde behooren toegewyJ te worden; en hy. die op zynen titel reeds aankondigt, zulks gedaan te hebben, doet buiten twyff-l iets groots, tets voortrcfl/ns van zig verwagten. Dan helaas! wanneer ledige uuren niets meer aan den dag konnen brengen, dan foortgelyke proeven hoe jammerlyk moeten dan de voortbrengfels der drukke uuren niet geoordeeld worden! De bundel vóór ons, bevat 24 dichtflukken, die, te zaamen genoomen, egter op verre na de Waarde van eenen enkelen dichteriyuen regel niet konnen uitmaaken-— Om onze lezers over 's mans dichienyk vernuft zeiven te doen oordeelen , zuilen wy ons alleen bepaalen tot 'yn dichtfluk, aan den dood; (en och! of by alle zyne dichtflukken aan denzelven, immers aan de vergetelheid! had toegewyd!) Deze is, in zyn dichterlyk oog, al een ze r liegt en verfoeilyk perfonage; weshalven hy hem terflond mei de welgekozene epithetes van , ontmenschte meedaart, verraader, enz. op deze wyze begroet:

„ Oilotsnsc'Ut wreedaarl\ zeg! van waar bekomt gy 't recht, „ Om hier den grysaart aan zyn zuch end kroost te onttrekken, „ En daar den jongen held op *t flagveld uit te (trekken, „ Terwyl hem dapperheid verdiende Iauren vlecht?"

Wy moeten tusfchen beiden de verrukkende fchoonheden van dit verheven gedicht aan onze Lezers doen opmerken; als hy voorbeeld: „ den gryaart aan zyn zuchtend kroost onttrekken." Deze verhevene gedagte zou welligt aan zommigen belachlyk konnen fchynen , die niet weeten, dat men , op den Olymp van den heer de la houssaije, ge woon is, zig zeer laat m het hu wlyk te begeeven, en dat het aldaar geenzins vreemd is, de vaders met den bril by den wieg hunner kin deren te zien zitten. Ook zou ftl |uffrouw de dapperheid zeer befpotlyit konnen toeichynen , wnnneer zy verbeeld wordt laurieren te vlechten, voor iemand, die door den dood belet wordt .zynen moed te toonen: dog men be« hoort te weeten, dat de dapperheid r.p den Housfayifchen zangberg a la Prusftenne, en niet a la Francaife gewoon is te handc.

ka.

Sluiten