Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maandlyksche katalögus, Levensbe/chryv. enz. 507

in de Godgeleerdheid en Kerklyke gefchiedenisfen onder de Remonftranten, overheden den 13 van April 1792. Uitgebroken den 19 van Juny deszelfden Jaars, door pautus van hemert, Hoogleer aar in di Wysbegeerte en fraaije Letteren, aan het Kweekfchoot der Remonftranten. Uit het latyn vertaald, door pieter weiland, Leeraar in de Remonftrantjche gemeente te Rotterdam. Te Amfterdam by M. Schalekamp. 1792. gt. 80. f .-. 12:-

De hoogleeraar van der meersch, onaangezien hy geenzins den openlyken leerftoel van eene der hooge fchoolen dezer landen, maar alleen dien van het hier te lande geduld wordende kweekfchool der zogenaamde Remonftranten, heeft beklommen, heeft egter,door zyne geleerdheid en verdraagzaamegrondbeginfels, eenen vry aanmerkely keren roem aan zynen naam verworven, dan'veelen zyner ambtgenooten aan de openlyke hooge fchoolen dezer landen in ftaat geweest zyn, of nog zyn, te doen. Het is dus geheel onberispelyk, dat het onderdrukt genootfchap der afftammelingen van onze geleerdfte en fcbranderfte voorvaders, welke zedert het houden der Dordfche kerkvergadering onder den naam van Remonftranten bekend geworden zyn, zynen opvolger, den hoog leeraar van he mer t, verzogt hebben, de nagedagtenis van dien verdienstlyken man door eene openlyke lykreden te willen vieren, en zo veel mooglyk aan de vergetelheid ontrukken. •— Aan dit oogmerk heeft de welfprekende en geleerde Heer va n hemert, die zig reeds door zeer veele uitmuntende gefchriften aan de wysgeerig-godgeleerde waereld heeft bekend gemaakt, op eene zeer bevallige wyze, door het houden der lykreden, thands voor ons, volkoomenlyk voldaan. Hy maakt ons in dezelve met alle de wetenswaardige omftandigheden van het leven zyns geleerden voorgangers bekend, en neemt zeer dikwerf de gefchiktfte gelegenheid waar, om deze en geene aanmerkingen aan zyne toehoorers voor te houden, die ten bewys verftrekken, zo wel van zyn verlicht oordeel, en fchrander vernuft, als van zyne gezonde wysbegeerte en wezenlyke geleerdheid. Wy betuigen, in een woord, door de welfpreekende taal en den bevalligen voordragt van dezen redenaar, bykans in vertwyffeling geraakt te zyn, of men zig voortaan ten opzigte van lieden, over weiken het aan hem te beurte mogt vallen, eene lykreden te moeten houden, wel immer met eenig recht meer zal konnen bedienen van het zo dikwerf aangehaalde Tel brille au fecond, qui s'eclipfe au premier. dewyl wy door hem weggerukt worden in eene bewondering, die ons den Heer van der meerscii in het fchkterendst LI * licl"

Sluiten