Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.548. Den 14. Novemb. Heere van Molenbaiex.

Requefte van de Weduwe van Vranck van der Hoeve, om een re«ompenle.

( 524 )

de Staten, dat fy tot feecker Koocker-hooft by hem ghemaeckt voor Oolkensplate, het welck feer exceffive penningen gekoft hadde, ende noch tot volmaeckinge van dien koften mochte, waer door de Schepen van Hollandt zeylende naer Brabandt, Zeelandt, Vlaenderen , &c. in tyden van onweer ende ftorm, fonderlinge befchermt mochten werden , te bate fouden komen met de fomme van vijf hondert ponden Vlaems; by de voornoemde Staten gerefolveert eendrachtelijck , dat, ghemerekt fy binnen 's Landts veel groote ende exceffive kotten hebben tc dragen, ende dat het Landt by het felve Hooft geen fondcrling proffijt en magh confequeren, ende dat het felve principalijck by den Heere van Molenbaicx is doen maecken , om aen fijn Landt grooten aenwas te gekrygen, ende dat tot proffijte van den Lande meer foude wefen tc contribueren tot maeckinge van het Hooft van den Ouden-bofiche, daer de Staten, ende Onderfaten van Hollandt daghelijcks moeten pafferen , ende dat daer toe yet te contribueren, foude wefen van quadcr confequentie, men den Hccrc van Molenbaicx met properheydt foude ondcrwyfen, patiëntie te moeten hebben, ende dat het Landt niet doenlijck en is fijne Petitie te accorderen.

17 Odem, is op de Requefte van de Weduwe Vranck vander Hoeve, daar by fy verfochte een gracelijcke recompenfe, midts dat in de vijf en tfeventigh duyfent guldens, opghebrachtby den laetften thienden penningh, haer alleen den tachtighftcn penningh toege-

voeght

Sluiten