Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORBERICHT.

De gegrondheid van de redenen, welke mij bewogen hebben, deze verhandeling in het licht te geeven, zal ifc aan (je beöordeeling der leezers overlaaten, na dat ik w vooraf, hier nevens een uittrekfel van eene bekendmaaking h den ifte September des voorledenen jaars gedaan, gegee» yen zal hebben; het zelve luid aldus;

PROGRAMMA.

„ De bezorgers van het Legaat van wijlen johannes n monnikhoff, berichten bij deeze het volgende:

» i.) Op den tijd bij het voorige Programma bepaald, ii zijn ingekomen twee verhandelingen, in antwoord op » de in September 1796, voor de derde en laatfte maal >i opgegeevene vraag:

i, Welke zijn de uitwendige hulpmiddelen, die van „ de vroegfte tijden af, en door alle de tijdperken „ van het beoeffenen der Heelkunst, ter geneezing, „ tegenhouding, en voorkoming der Breuken zijn in „ het werk gefield, befchreeven en gemeen gemaakt ?" „ Van Welke antwoorden , het eerfte ondergeteekend j, was, met de zinfpreuk:

Non omnibus cegris eadem tuxilia conveniunt.

celsus, 3. 1. * 4 n ËU

Sluiten