is toegevoegd aan uw favorieten.

De leerzame praat-al.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

♦C 228 >

I». Uwe waag verwondert mij' nog meer. - ■ - Ik heb k op het Academie gekend; gekend als een jongeling van veel finaak en oordeel; altijd heb ik gedacht, dat gij van gezonde uitlegkunde en fmaak een voorftander zoudt gebleven zijn, en

die met alle uwe vermogens zoudt bevoorderd hebben. i

Maar gij zijt niet meer dezelfde a r 1 s t u s. . Uwe predikwijs is niet gefchikt om de menfchen wijzer en beter te

maaken gij rukt de woorden van elkander, fpreekt

over elk woord eenige oogenblikken —— vergeet de geheele zaak, die bedoeld wordt; met één woord, gij hebt niets gezegd dan wartaal; uwe leerrede gelijkt naar een geraamte van doodsbeenderen, die uit elkander geworpen zijn.

Aristus. Ha! ■ ik vat u gij woudt de

woorden kort toelichten en dan de zaak betoogen, die 'er in lag; neen, mijn vriend! wij kunnen het hier minder af.

Ik. Minder! ó aristus! kent gij zo weinig da

waarde van uwe bediening, en de gewigtige rekenjchap, die gij daar van eenmaal doen zult!

Aristü-s. Omdat ik die kenne, zoeke ik zo te handelen , niet om het gemak van mij zeiven, maar om het voordeel van de gemeente.

Ik. Voordeel? dit is mij een raadfel.

Aristus. Onze gemeente is aan die predikwijs gewend, en een andere zoude hun niet fmaaken.

Ik. Fraaie redening! , de gemeente is gewoon niet

te denken, daarom moet de leeraar onzin prediken.

Aristus. Gij moest hier eens predikant zijn en zo pr#. diken?

. Ik. Wat dan?

Aristus. Gij zoudt weldra voor ftoelen en banken prediken.

I k. Gij dwaalt aristus! ■ ik heb meer gemeenten

Azn gij bediend, en heb juist het tegendeel ondervonden. —

Ia