is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkschriften van den tegenwoordigen tyd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

229

„ voort, wanneer men ons daarmede dreigt, voort „ na die treurige woeftijn!" (eene menigte Landboden ftond op, viel den redenaar in, en riep: voort, voort na Siberiën!') „ Wij, Sire, die uwe „ kinderen zijn, wij willen u met het enthufiasmus „ der dankbaarheid volgen. Hoe zwarer de ftraf „ voor uwe verkleefdheid aan het Vaderland zal ,, zijn, des te dierbarcr zult gij ons worden, des „ te meer zullen wij u vereeren."

Nadat het Traclaat der verdeeling met Rusland ondertekend was, zond de Pruisfifche gezant eene note, in welke hij begeerde, dat de delegatie volmagt zou ontvangen, ook met hem te onderhandelen. Men draalde, vooral, omdat men hoopte op bemiddeling van Weenen. Dan het berigt, 't geen de Poolfche gezant van daar overzond, verijdelde deze hope. De Koning floeg voor, om de voorfpraak des Rusfifchcn Hofs te verzoeken. Men gaf daartoe den 27 Julij eene note aan den Rusfifchen gezant over, dan het antwoord was, „de Rijksdag had geene andere keuze, dan ,, ten eerften deze onderhandelingen te beginnen."

Eindelijk, op den 5 Auguftus, begonnen deze, niet zonder eene menigte zwarigheden en bcletfelen van allerlei aart. Op den 12 gaf de Minister een ontwerp van een Tractaat tusfchen Polen en Pruisfen over. Dit vond heftigen tegenftand op den Rijksdag. De ' Koning zelf moest harde perfoonlijke beledigingen van fommige leden van den Rijksdag verdragen. De Landsbode Ciemniewskij greep hem fterk aan in eene lange redeP 3 voe-