is toegevoegd aan uw favorieten.

Prometheus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REISTOGT OP DEN VESUVIUS. 103

ccn trouwloos rotsbrok onzen voet, of een hoekige fpitfi» ftccn wondde de hand, die zich daaraan vast wilde houden. Altoos viel de een of de ander voorover of ruggelings of overzijde, en geen fchranderheid of mogelijkheid was in ftaat om den val te verhoeden: 't was genoeg, te zorgen dat men flcchts viel, zonder arm of been te breeken. Ik was 'er nog oneindig nimmer aan dan de anderen. Ik had, behalve de fchoenen, welke ik aan mijne voeten had, uit voorzorg nog een paar medegenomen, maar dezelve onder weg, vermids ik op de eerfte vertrouwde, bij den heremiet terug gelaaten.' Spoedig werden nu mijne fchoenen met asch en /leenen gevuld — hoe langer zo wijder, en het ovciieder ging eindelijk in ftukken, zo, dat ik met de bloote tecnen op de fpitfige rotfen trad, en een dubbel evenwigt, eerst voor mij, ên dan voor mijne fchoenen, houden moest. Elke fchrede was fmertlijk, of door de infpanning mijner kragten, of door het ftooten van mijnen onbefchennden voet. Mijne kragten waren ten einde; het fclicen mij toe nog 't geringfte kwaad van allen te wezen, den nagt op de lavrt doortebrengen, en ik begon reeds fterk tot dit befiuit ovet> tehellen, wanneer wij eene onvermoede hulp kreegen.

De Cicerone, dien onze nieuwe reisgezel met zijn paard achtergelaaten had, zag aan de richting van het fchijnfel onzer fakkelen, dat wij verdwaald waren, en begon ons toeteroepen. Wij volgden den weg van waar dé ftem kwam. Hij G 4 h*d