Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van BOURBON. 27

jaa, met een kleine tegenftribbeling — een kleine onwilligheid. . . .

Charlotte.

Wel! weiger mij dan aan te neemen. Abtdisse.

Neen! dit kan, dit durf ik niet.

Charlotte.

Welaan! — laaten wij ons dan naa het altaar fpoeden, waar ik mij door den eed, dien mij mijn Vader afdwingt, in een poel van onnitworftelbaare ellende dompelen zal. — Ik heb mij door mijne verklaaring gezuiverd. — En zo ik eenmaal , dat God geeve , het kloosterjuk affchudde, kunt gij getuigen van deeze mijne Verklaaring.

Elize.

ö Charlotte, als gij ingewijd zijt, zullen wij zo zusterlijk met elkander Ieeven. — De tederfte vriendfehap, de zoetfte vrede.. .. Charlotte.

Hoe Thercze! gij zucht — gij onderfteunt Elize niet.

Theróze (zagtkens en op zijde tegen Charlotte).

Ik ken de vriendfehap, ik ken den vrede van het Klooster, en als gij onze zuster zijt, zult gij ze ook wcldraa lecren kennen.

Char-

Sluiten