Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELDICHTEN. 73

DE VOOGD

NAER DEN

BEDORVEN SMAEK.

Gij weer, mijn lieve Neef! dat de onverzoenbre dood Uwe ouders u ontrukte, in 't prilfte van uw dagen;

Gij weet ook, dat men u, van alle hulp ontbloot, Aen mijne zorg, als oom en Voogd, heeft opgedragen:

'k Heb, dit betuig ik, finds geen moeite of vlijt gefpaerd, Om, in den eerden fmaek, u deftig optevoeden;

Dit toont uw vrije geest — uw ongedwongen aerd, Dien 'k voor pedanterij beftendig zocht te hoeden.

'k Heb, door geleerdheid, nooit uw vlug verftand gekrenkt; Alleen het hoflijk fransch deed ik u ijvrig leeren :

Ja, kies vrij deze tael, die eer cn achting fchenkt, En elk doet zien, dat gij met Grooten kunt verkecren.

Ik heb uw' geest, door fchool- of kerkgaen, nooit gekweld; Gij kent, dit is genoeg, de titels van veel boeken,

En 't bijbelwoord is lang als waerheid vastgefteld; Laet voorts hem, wien het lust', dit nader onderzoeken.

E 5 Cxij

Sluiten