Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORREDE, VII

Ik heb miji in den volgenden Bondel, van Quintilianüs leerfpreuk, de vericheidenheid vermaakt, bediend: zijn 'er mphans Lezers, die geen vermaak in de overwegingen van fommige raadfelachtige flelfels vinden * zij kunnen dezelve aan de befchouwing van nieuwsgieriger Natuur onder zoeker en overlaten, en op miningewikkelde Jioffen hii'ine aandacht vestigen.

Wat den zakeüjken inhoud van mijne famenftellen betreft, daarover kan noch mag ik oordeelen. Ik bcvinde, dat mijn misleidende ei» genlïefde in een gedurigen tweejïrijd is met mijn proefondervindelijk zelfonderzoek: dit laatfle over" tuigt mij telkens van mijne onvatbaarheid, onkunde en bekrompen begrippen, omtrent ontelbare wetenswaardige dingen , en verwekt in mij een voorzigtig wantrouwen, . omtrent mijne zielvermogens en .derzelver werkfiukken. Ik geef daarom mijne Proeven ter beproeving over, aan het befchciden oordeel van doprzigtiger Fer (landen, en wil gaarn voordeel doen met hunne , weloverwogen aanmerkingen. Intusfchen kan ik in opregtheid betuigen, dat ik nergens in heb beoogd , om lofwaardige Perfonen te beledigen , of ingewortelde vooroordeekn en fchadelijke dolingen aantekwseken, maar wel, om der y; aar held huid: te doen, de wijsheid voort te-

plan.

Sluiten