Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EW HOOFDNEIGING DER MENSCHEN. 29

5, gevleidheid en bijzondere genegenheid; der„ halven moet ieder eerst op zijn' toetsfteen zien ^ „ uit welk eene foort van metalen zijn' geaartheid is famengefleld. „ Op diezelfde wijs begreep het de Thebaanfche Wijsgeer en beroemde Kweekeling van Socrates, Cebes. Hierom plaatst hij aan de eerfle poort van Zijn zinnebeeldig Lettertafereel den Geest, of een Damon, hebbende iri zijne hand de juiste maat van het menfchelijke leven. Deze Geest, waar door hij des menfehen geboorteaart beeldfprakig fchetfte , gaf aan een ieder kennis van de levenswijs, waar toe hij geboren was, en verftrekte dus ook tot eene regelmaat , waar naar men zich moest richten ^ zoo dra 'er een mensch het eerlle levenslicht befchouwde. De geleerde Atheniënfers, hier van bewust , Helden daarom tot een grondbeginfel, dat men nooit iets zekers konde weten, wanneer men in den aanvang zijner bezigheid zich niet poogde te fchikken naar het voorfchrift der natuur: des was het hunne beflendige gewoonte , om vooraf naauwkeurig te onderzoeken, waar toe hunne geliefde huwlijkspanden geneigd waren , eer zij ze ter fchool befleedden. Dit onderzoek beflond voornamelijk hier in : dat zij aan het opluikende kroost, bij herhaling, verfcheiden kunstwerktuigen vertoonden , opdat een ieder zoude worden onderwezen in dat geen , 'twelk hem het meest vergenoegde , en waar toe hij, uit kragt van zijn' geboorteaart, gedreven Wierd. Dit zelfde voetfpoor hebben andere latere Wijsgeeren gedrukt en beweerd, dat ieder mensch met een bijzondere gefchiktheid en neiging van geest geboren wordt, uit hoofde van welke hij zekere bezigheden met gemak en zelf.

lust

Sluiten