is toegevoegd aan uw favorieten.

Proeven van kunst en wetenschap.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T14 HET STÈLSÊL VAN LEEUWENHOEK,

Eindelijk moet ik hier* nog aanmerken ,• dac dé Heer Lieberkuehn, bij tijdvervolg, zelf weinig vertrouwen ftelde in Zijne proeven, rakende den vorm der zaaddiertjes; dewijl hij aan den Heer Hamberger fchrfcef, dat hij de opgegeven gedaante niet altoos kon ontdekken, maar' nog meer proeven doen moest, voor dat hij in ftaat was, om in dit ftuk iets te kunnen beflisfen. Uit het geen ik dus heb aangevoerd, meene ik ten klaarfte te blijken, dat het Leeuwenhoekiaanfche ftelfel op geen vaste gronden van zekerheid fteunt,ontleend van ondervinding en betooging, en gevolgelijk , dat zij, die, wegens de befchreven omHandigheden, uit de aanwezende zaaddiertjes, als oorzaken, tot de vruchtjes, als gewrochten, redekavelen, eene drogrede Non caufa pro caufa begaan , of eene valfche voor eene ware oorzaak uitventen.

Wanneer men nu verder zijne aandacht vestigt op de fehijnfehoone verklaring , die men van de ontaarding der tweeflachtige Dieren opgeeft, zal 3nen geene beweegreden vinden, om het Leeuwenhoekiaanfche ftelfel goedtekeuren. Men geeft voor, dat dcMuil, geteeld uit eene Ezelin en een' Hengst, van zijn oorfprongkelijkgrondbeginfel verfchilt , alleen omdat hij in de baarmoeder een gebrekkig voedfel vindt, ook dat de Muil onvermogend is ter voortttéling , omdat zijn vermeende zaaddiertjes ontaard zijnde, door geene oneigen ftof kunnen bewerkt en aangekweekt worden. Dan, Wij ontkennen, dat de voedfelltoffe der Ezelinne ongefchikt en oneigen is voor den Muil; indien dit- denkbeeld grond hadde, hoe was het dan mogelijk , dat 'er ooit een Dier, zoo volkomen in alle zijne deelen als de Muil, tót koude opgroeijen ?

Maar