Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S34 BESCHOUWING OER

afzichtige voorbeelden bemerken, dat iemand een uitgebreide geleerdheid zonder de regte wijsheid kan bezitten, en dat men, door een moedwillige verwaarlozing van deze heerlijke gemoedsgaaf, vatbaar is voor de onregelmatigfte wandaden. Het is dan mogelijk, dat mijne uitbeeldingen kunnen plaats hebben; maar zijn ze daarom zeker, en hébben ze een Beftaan in 'c rijk der dadelijkheid? Dit nu is mijn taak, om te bewijzen. Dan, ik twijfel niet, of het getuigenis der tijden, de gefchiedkunde, zal voor mij het pleitgeding beflisfen, ten ware men, roekeloos, alle gronden van een gefchichtkundige zekerheid wilde verwerpen.

Om de waarheid van mijne befchrijvingen, op proeföndervindingen te gronden, zal ik eerst ipreekende bewijzen, uit de oudheid vooraf zenden, en daarop eenige voorbeelden van latere eeuwen laten volgen. Ten opzichte der oudheid, zal ik voorbijgaan gevallen, welke uit de fchool van Ariftoteies, Plato, Zeno en Epikuur kunnen worden aangevoerd, en mij alleen bepalen tot een kleen aantal gebeurdtenisfen , die, op het kenmerkelijkfte, het beftaan der verdwaalde eigenliefde verklaaren. Onder deze dient vooral, volgens Propertius , Alexarchius de letterkundige, onze aandacht ; deze fchoolvos fcheen als een' anderen Tirefias, zelfs door Proferpina onderwezen , volgens zijne eigen verbeelding, zulke kundigheden te bezitten, dat andere geleerden, bij hem vergeleken, maar wezenloze fchimmen waren. Hij waande alles te konnen bemerken, zelfs de verliefde zamenkoutingen der Goden en Godinnen, daarentegen tastten zijne lettergenooten als blinden naar den wand; en, om de bewijzen van zijne verwaande eigenliefde klaarer te

doen

Sluiten