is toegevoegd aan uw favorieten.

Œdipus aan het hof van Admetus, treurspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

79

iMisIcid ge uw' vader niet? durf ik u noch geloovcn5

Antigone. Ik blyf zyu onderpand.

(E e i p u s.

Gy, die mv hoort daar booven , ft Hcmcl-godeu, die ik aanriep tot zyn draf', Keert, zoo het mooglyk is, myn vloeken van hem af. Ik heb myn' toorn geftilt; legt ook uw gramfchap neder! Kom in myn arm, ondankhre! omhels uw' vader weder Dat voor 'een oogenblik de zon fchyne in myn oog, Op dat ik voor het licht myn'zoon om-armen moog'!

Polynices.

Hoe! gy bemint my noch, uw haat voor een verrader....

CE d i p u s.

Denkt gv't vergeeven zoo vee! moeite voor een'vader?... Maar zeg, Polynices! wat is thans uwe ftaat? Wat heil gaf't u , dat gy het weldoen hebt gehaat? Ik, die door d'invloed van een lot, niet te doorgronden , De ontmenfehte vadermoord met bloedfchand heb verbonden ,

Ik, die van elk gehoont, reeds in de wieg gevloekt. Niet weetc waar myn lyk de doodfche rustplaats zoekt, Moet u vertrooften in uw'ramp en tegenheien; En gy, gebooren om den nkstroon te bekleeden, Komt dwaalend cn onttroont, verwoed, vervoert van

fchrik,

II werpen aan myn knien rampzaliger dan ik! Leer wat de grondflag is van 't waar geluk in'tleeven: De naam van CEdipus heeft het heel-al doen beeven; Maar zeg mc, ondekt ge in myn gelaat, by't onge-

neueht, Die