Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staatsregeling. 223

waarloosde opvoeding en zwakke grondbeginze- j**mm ] , wanneer een Jongeling in de Stad voor zyn 2,2 ge hüw. j r in het huuwlyk treed; men moest eenen door on- lykbn. londenheden geheel uitgeputten Jongeling hethuuw1 geheel en al ontzeggen, dit zal ik verder neg na1 "aantoonen, of hem ten minfte, tot dat men Lblyklyk zag, dat hy ten vollen van deeze zyne vzwakking herfteld was, het ongehuuwd leeven tot iie ftraffe opleggen.

Een Jongeling, welke men voor deezen ouderdom i een onbetaamlyken omgang met Vrouwen kan beluldigen, of die men bewyzen kan, dat voor zyne ïuwbaare Jaaren, door eene toomclooze involging iner ontydige driften, zich tot een flachtoffer der iandelyhfte ziekte gemaakt heeft, moest voorzeil: , die voorrechten, welke meerder gematigde Jonlingen genieten, ontzegd worden, hoedanig eene laffe ook den zulken opgelegt moet worden, welke ih in hunne jeugd reeds aan de dronkenfehap overleven; deeze doch, verdelgd de gezondheid, en feft aanleiding tot de allerfchadelykfte, zoo wel als fiandelykfte buitenfpoorigheden, ja zelf het matige bri-iib des wyns kan niet zonder, grond befehuldigd orden van in de jeugd, de hartstogten te vroeg te itwikkelen, en dus meede gelegenheid te geeven tot llreeds gemelde ongeregeldheden in de fitmenleeving. .Met even zoo groote oplettenheid zorge men voor SyMtit> verbetering der zeden onzer Steedfche Meisjes, ** "et opzigt op haare aanftaande mocderlyke betreking, en in dit geval, zal men met de beginzelen m eer en fchande, veel gemaklyker, veel nader zyn oelwit bereiken.

. Men moest allen vertrouwlykcu omgang met Mansper-

Sluiten