Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12 verhandeling,

TWEEDE HOOFDSTUK. % I.

He t opfchrift deezer Verhandeling, mitsgaders het betoogde tot dus verre nagaande, moet ieder eenigzints aandagtigc,reeds van my het navolgende onderzoek verwagtcn, en my als afvraagen: — Of de misdaad, welke door een gehuwde is begaan, en waardoor dezelve zich de straffe eener zogezegde eeuwigduurende gevangenis heeft op den hals gehaalt, aantemerken zy, als de schennis der essentieelearticulen van 't h u w e l y k g» contract zei ven , ja dan neen ? — En welke gronden my tot de omhelzing van het een of het andere deezer beide gevoelens brengen? — Weshalven het volftrckt noodzaakclyk is, de zo even eerst voorgeftelde vraag, waaruit de tweede als een gevolg getrokken is , eerst en alvoorens de tweede in aanfehouw te neemen, te brengen in die fchikking en bepaalingcn, in welken

Sluiten