is toegevoegd aan uw favorieten.

Vermaaklijk reisje van een gezelschap heeren en juffrouwen door Zuid Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'( 120 )

Schoone landjeugd, zoete meidjes, hoedftertjes der poesle geitjes,

gij doet mij verwonderd ftaan, als 'k u davtlen zie en fyeelen, ( viervoets vrijertjes zie ftreelen,

of hen zie in 't handje liaan; want detedre aanloklijkheiden, die 'tig beurtHngs dan verfpre.den,

in uwe oogjes vol van vunr, zeggen mij, dat uwe hartjes reeds de zoetste minnefmartjes

ondergaan, en dat Natuur, naauwlijks agt of negen laaren, zig kan wachten voor 't verklaaren.

Zekerlijk, zeide ik, is het woord meidjes, met een d «fchreeven, de regelmaatige verkleining wme.d <n m g, mijns bedunkens, den dichter niet ontzegd worden zo1 min ais 't maaken van het meer oud van held door heiden; en zeer waarfch.jnel.jk « de gewoone uitgang van dat meervoud, in heien Sus een verboogen he-iden. zo als het regelxnaatige meervoud in heiden denkelijk weleer u» ïefproken is; om dat men wil dat het enkelvoud fn heid, niet volftrekt als hijd maar een.gz.ns als he-ied uitgefproken worde; réden waarom het den dichteren tot heden toe nog niet geoorloofd is , de uitgang heid op tijd, of een ander dergelijk

woord te laatén klinken Ja zie /aar, ze.de

mevrouw louise, nu begrijp ik weer geen ilkkepitjevan alles wat gij zegt; naar't versje van den goeden ernestus had ik ooren ; zie, als gij alle vwe taalftellingen, met zulke of dergelijke bewtf-