is toegevoegd aan uw favorieten.

Vermaaklijk reisje van een gezelschap heeren en juffrouwen door Zuid Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t 170 )

altoos van elkander afgerukt werden ; ik had „ veel te overwinnen om tot dat gevaarlijk befluit „ te komen; evenwel, de liefde triumpheerde; wij „ maakten de noodige affpraak, en ferdimand ,, nam den volgenden dag zijne maatregelen zo wél, „ dat wij ons des avonds laat reeds op reis bevon„ den: God! wat heeft mijn ziel in de eerfte oogen„ blikken van mijne vlugt moeten lijden ! fnikken„ de had ik mijn lieve moeder verlaaten ; zij had eene „ vrij hevige koorts gehad, enfliep; fidderendedruk„ te ik een kusch op haar wang, terwijl mijne traanen », zig met haar zweet vermengden; goede nacht lieve „ moeder! zeide ik zachtkens; God weet of ik u „ niet m 't graf ftort! nogmaals kuschte ik haar, en „ de aandoening van mijn hart was onwederftaan„ baar; ,k zeeg voor haar ledikant in flaauwte neder: mijne bezwijming was echter van korten duur, „ maar tevens was mijn moeder, waarfchijnelijk door „ den val dien ik gedaan had, wakker geworden, en zo dra ik mijne oogen weder opende, hoorde „ ik dat zij vol ontroering yitriep: 0 God, 0 God, „ mijn charlotte! ik ftond op , en zeide haar „ dat ik door haaren toeftand te zeer geroerd was ge„ worden, en in zwijm gevallen was; Och lieve „ dochter', zeide zij, vol aandoening, zorg toch voor „ uwe gezondheid! maar, vroeg zij verder, mijn „ hand tederlijk drukkende, zult gij ook voor uwe „ eer zorgen? ik beloofde haar zulks, maar borst „ tevens m een' vloed van traanen uit: intusfchen „ was het uur van affpraak reeds voorbij; ik zagher„ haalde keeren op mijn horlogie, en fidderde; vqI M 2