Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 240 )

zult hebben, zekerlijk zult nederftorten ; zij heeft, „ beha! ven de jongelingen die door haar voor gantsch „ hun leven, in goederen en gezondheid bedorven „ zijn, reeds verfcheidene huishoudens in het aller„ Bkelijkile lot doen deelen; want zij verkoopt haa„ re gunden aan alle man; na dit alles ftaat het „ aan u, te verkiezen over uw geluk of ongeluk; ,, draagt gij een hart in uwen boezem om, ver„ vreemd van alle gevoel van eer en deugd; verl, kiest gij moedwillig in uw bederf te loop^ wilc gij deeze hoer in u v bijzijn houden ,'tiswel, wij „ zullen u bekla?gen en u verlaaten; er is in het „ ruim der fchuit nog plaats voor ons gezelfchap; en al moesten wij ook boven cp het dek verblijven , nog liever dan in 't bijzijn van zulk eene fchandvlek haarer kunne: beklaagt gij u inte„ gendeel over uwe dooling,- (waarfchijuelijk hebt gij huis en hof, om dit vrouwmensen verlaaten;) " ftaat gij af van de verbindenisfen die gij met haar „ aangegaan mogt hebben, 't zal ons om uwen wil '„ van harten lief zijn, en wij zullen den fchipper ,, terftond gebieden uwe verleidfter uittezetten - wat

,, zegt gij?" De jongeling nam zijn antwoord

niet in bedenking , en betuigde dat hij om geen goed van de wereld langer in 't bijzijn van die verleidfter zoude willen blijven — Dan zult gij terftond van haar ontflagen weezen, hernam de heer eelhart; ik zal den fchipper gebieden aanteleggen — Intusfchen, vervolgde hij, zig naar het vrouwmensen keerende, weet ik, dat gij den fchipper voor uwe betaalde vracht kunt noodzaaken, u

Sluiten