Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DOMHEID VOORD. 357

heid. Gy kunt Jigtlyk begrypen dat het ver.„ haaien daarvan my dikwyls gedachten in myn

hoofd brengt, die ik gaarne verbannen zoude: »i die gefchiedenis heeft zo veel overeenkomst >, met de myne, dat ik my menigmaal niet kan

bedwingen van traanen te ftorten, als hy van

„ dezelve fpreekt: dit medelyden (want

„ daarvoor houdt hy het,) beweegt hem ver,, volgends meermaalen daarvan te fpreeken, „ dan hy doen zoude, wanneer ik onverfchillig,

„ en voor zyne verhaalen ongevoelig ware.

„ Ik ben nog niet vertrouwd genoeg met hem, „ om hem myn hartsgeheim te openbaarcn. „ anders zou ik hem , reeds voor lang, gebeden ,, hebben, om my, ter liefde van myne rust, zyne „ verhaalen niet te doen; mogelyk gebeurt dit eer„ lang.-Het geen gy my van mynen broeder zegt, ,, heb ik reeds meenigmaal my zelvén voorge„ houden; hy heeft zig, hier ter plaatze, al„ waar zyn acteurfchap begon, reeds zo belache„ lyk gemaakt, dat ik my dikwyls moest fchaa-

„ men, om my te vertoonen : ik zou

„ toen reeds alles aangewend hebben , om hem ,, van zyne dwaasheid te geneezen, ware ikzelf ,, niet in eene omftandigheid geweest, dié on,, derfteuning noodig had: ———. ik vergat toen ,, de gantfche wereld, en gevolglyk ook myn£ 3 „ broe-

Sluiten