Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot de MILIT. JURISDICTIE: 213

aan de Suppliant zig heeft fchuldig gemaakt, en welke hy behoorlyk heeft geconfesfeert, van die natuur is, dat daar omtrent gratie van Hun Ed. Gr. Mogende zoude behooren plaats te vinden, en wel zoodanige gratie, waar door de Souverain zoude abolceren en te niet doen, al het geen de Suppliant in deeze zoude mogen hebben gedelinqueert of verbeurt.

In de tweede plaats, zoo deeze misdaad van den Suppliant al niet op zig zelve gratiabel of tot een verzogte abolitie gefchikt mogt wezen, of dan egter in deezen concurreeren, en by de voorfz Requefte gefuppediteert worden zoodanige omftandigheden en zaken, welke mogelyk by den Hove in Judicando, tot mitigatie van de ordinaire ftraf in overweeging hadden kunnen komen, en nu aan Hun Ed. Groot Mog. by de voorfz Requefte voorgedragen, hoogftdezelve, zoo niet tot het accordeeren van de verzogte abolitie in eene ten eenemaale te niet doeninge van de voorfz misdaad, zoude behooren te permoveeren , om dit verzoek van den Suppliant niet ten eenemaal van de hand te wyzen, maar egter eenige gratie aan den Suppliant ten deezen te accordeeren.

Met opzigt tot het eerfte point, namelyk de tweeleedige misdaad confesfeert de Suppliant,

i. Dat hoe zeer hem bekent was, dat het niet alleen de pligt van eenlngezeeten van deezen Lande is, om zoo dra hy eenige kennis bekomt van een verraad tegen zyn Vaderland gefmeed, daar van ten fpoedigfte ter plaatze daar het behoord kcnnisfe te geven, maar dat het verzwygen daar van op zig zelve een zware misdaad is, hy Gevange egter het voorgeeO 3 ven

Sluiten