Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C V )

rig onderzoek gefchiede, of de, zoo voor als tegen den Gevangenen, voortgebragte Getuigen, de koedanigheden bezitten, die in geloofwaardige Getuigen vereischt worden ; dan wel, of zij daar van verdoken zijn ?

Door het behoorlijk in acht nemen van deze Regelen , zoo wel in het Lijfdrafüjk buitengewoon als gewoon Rcchts-geding, fchijnt mij toe, dat de Rechter volkomen in Haat zal kunnen geraken, om over de deugdelijkheid {validiteit) van de wederzijdsch voortgebcagte (geproduceerde) Getuigen , een gegrond ooideel te vellen; want door het hooren en vergelijken derzelvcn , 'zal hij al ras ondervinden, of hun Getuigenis de. kenmerken van waarheid draagt, bij de eerjïe en twede Regelen opgegeven ; dan wel, of het daar vau verdoken is? Endoor de Verdediging van den Gevangenen , (vermits niemand de zaak beter kent, en een grooter belang daar bij heeft dan dezelve) zal hij daar in nog meer licht bekomen; terwijl zijn onderzoek van ampts-wegen , nopens de hoedanigheden der Getuigen , hem desaangaande allen twijfel zal ontnemen , en dus , indien hij den Gevangenen moet veroordeelen , doen gerust zijn , dat hij niet meer dan zijnen pligt heeft betragt, in hem aan de wraak der Wet over te geven.

Ook komen deze Regelen , wat het wezenlijke betreft, volmaakt overeen , met het geen daaromtrent bij de Ordonnantie, op de ftijl van Procederen in Criminele zaken , van Koning Philips van B 3 9- >-

Sluiten